Engel IB144 User Manual Page 87

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 86
43
zelfs schrandere mannen een eigenaardige verblinding. Men ziet in, men toont aan,
dat Hooft en Vondel in hunne geslachtsbepaling onbetrouwbaar zijn; en toch stelt
men, op grond van het gebruik bij Hooft en Vondel, geslachtsregels op, en bepaalt
men het genus van woorden, die niet onder die regels vallen! Men erkent volmondig,
dat het middel slecht is, maar aangezien men nu eenmaal vasthouden
wil
aan het
verdwenen onderscheid tusschen mannelijk en vrouwelijk, en men geen beter middel
heeft, past men het toe. Voort te gaan op het spoor van ten Kate en het geslacht te
bepalen door vergelijking met oudere Germaansche talen - dit had te veel bezwaren
in. Bovendien, van hoeveel substantieven zou men het overeenkomstige woord in
Gotisch, Angelsaksisch of Oudhoogduitsch niet teruggevonden hebben!
Zoo was dan een groot deel onzer 18
e
eeuwsche auteurs met een Lijst van van
Hoogstraten gewapend, evenals wij met een de Vries en te Winkel. Toch waren er
- en van de beste! - die het de moeite niet waard vonden, telkens in de Lijst te
bladeren of zij
den
hadden te schrijven dan wel
de
. Toen van den
Hollandschen
Spectator
van Justus van Effen een tweede druk verscheen (1756), bezorgd door
Pieter Adriaen Verwer, werd den lezer in een ‘bericht’ medegedeeld: (Men) heeft
den Spectator zyn eigen styl en zelfs zyne maniere van Letterspelding gelaten en
alleen doorgaends getracht de Geslachten der Naemwoorden en de Naemvallen
in order te brengen.’
In de laatste jaren der 18
e
en in de eerste der 19
e
eeuw trok al hetgeen op de spelling
van het Nederlandsch betrekking had, weer bijzonder de aandacht. Aan de
Geslachten der Naamwoorden in de Nederduitsche Taal
werd in 1804 zelfs een
uitvoerige verhandeling
1)
gewijd door Willem Bilderdijk. Dit werkje draagt het kenmerk
van de meeste philosophische geschriften: het afbrekende gedeelte staat heel veel
hooger dan het opbouwende.
‘Weinige zaken zijn er’, zoo begint de schrijver, ‘waaromtrent in de algemeene
waarneming onzer Letterkundigen een zoo groote onzekerheid heerscht, als in de
Geslachten der Naamwoorden.’ En dan vervolgt hij: ‘Twee middelen zijn er om tot
de kennis eener waarheid te geraken: of
a priori
, door uit een beginsel gevolgen af
te leiden; of
a posteriori
, door uit waarnemingen tot een beginsel op te klimmen.....
Op de eerste wijze heeft men deze stoffe tot dus verr' niet beproefd te behandelen;
maar men heeft den laatsten weg willen inslaan; en het is daaraan, of veeleer, aan
het oogmerk om daartoe stoffe te leveren, dat wy de waarnemingen van eenige
opmerkzame lezers der vorige Eeuwe omtrent de Geslachten, en daaronder ook
Hoogstratens Geslachtlijst, te danken hebben.’ Wat genoemde lijst nu meer in 't
bijzonder betreft, zij ‘is niets anders dan eene verzameling van enkele waarnemingen,
zonder
1) Verschenen in 1805. Tweede druk van 1818 (uit dezen wordt door mij geciteerd).
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 86
1 2 ... 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments