6
een Kort Begrip samenvatten met het motto uit Rodenburgh, door Bakhuizen, den
Gidsman, een onbelangrijke stelling genoemd: ‘Fortuyn liefst hem besoeckt die
wacht en stille zit.’ Men vergete niet, dat naar Oud-Israëlietische beschouwing, de
lamp der goddeloozen uitgaat en het licht der rechtvaardigen helder brandt en de
onderdanen van Koning Willem den Eersten het op dit punt volkomen met het Oude
Testament eens waren, zonder daarom in het vette der aarde juist hun hóógste heil
te zoeken. In 1835 waren de Families Stastok en de heeren van Naslaan nog goed
en wel onder de levenden. Jan Critiek had zijn broeder nog niet Jan Salie gedoopt.
Al wat in de zeden dezer idylleachtige samenleving stoornis bracht of dreigde te
brengen en op hartstocht geleek, was nog uitheemsche contrabande, een
verdraaidheid van geest, epidemische krankheid onder de baardeloozen van
toenmaals. Van Lennep opgevoed in een kring waar de achttiende eeuw op het
schoonst nabloeide, in de school dezer tamme wereldwijsheid en huiselijke
metaphysica groot geworden, Van Lennep, voor wiens oog het ancien régime zich
in zijn volle verstandigheid en schoonheid vertoonde, als natuurlijk uitvloeisel van
's menschen edelen aanleg, heeft, zooals bekend is, nooit geheel met zijn opvoeding
gebroken. Maar tevens was hij een hoofdman van het Jonge Holland, voorstander
en geloovige van de nieuwe bedeeling. En dit dualisme spiegelt zich eigenaardig
in zijn roman van 1836 af. Van Arkel zou in de familie van Van der Palm slechts
ongelukken kunnen begaan, en toch is deze Van Arkel Van Lennep-zelve. Stel
tegenover Van Arkel Deodaat, stel hem ook tegenover Willem den Vierden: deze
laatste de fierste Ridderlijkheid en hooge Vorsteneer aanschouwelijk geworden, de
eerste de geboren ontkenning van conventie, gebruik en traditie, de luim die zich
boven goddelijke en menschelijke wetten verheven rekent, in persoon: Deodaat de
zoon van Vader Jacob, eenmaal een der veelbelovendsten onder zijne kindertjes,
nu meer dan een net jongmensch, het ideaal eener zedelijke opvoeding. Met de
middeleeuwen heeft Deodaat, zoomin als Madzy, iets gemeen; hij is een neef van
Charles Grandison, gelijk zij een nichtje van Saartje Burgerhart. Aylva heeft al het
typische van de Eerwaardigen, die jongelingen als Deodaat, ten tijde dat Van Lennep
opgroeide, tot Mentors verstrekten. Ontstentenis van allen hartstocht kenmerkt hen
drieën; alleen moet bij Aylva nog de bezadigdheid van een gezetten leeftijd in
rekening worden gebracht; met welk een kalmte gaat Deodaat de galg te gemoet,
met welk een berusting wacht hij op den kloostertoren de komende dingen af; en
onderscheidt Madzy zich te Utrecht en elders niet door dezelfde practijk van wachten
en stil zitten? Voor hen is
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals