Engel IB144 User Manual Page 374

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 373
318
dan half op den weg naar de samenstelling. Evengoed als:
nooit-niet
,
nooit-geen
,
nergens-geen
,
niets-geen;
die koppelingen, die dienen om het begrip te versterken
1)
.
Met ‘hij is alles behalve mooi’ bedoelt men: hij is nog al leelijk. Heeft hij echter
alle andere goeie en slechte hoedanigheden? Dat staat er niet - en staat er eigenlijk
wel: hij is
alles
,
behalve
mooi, ziedaar het syntaxiaal verband. Maar ‘alles-behalve’
heeft langzamerhand zijn zin veranderd; heeft zich uit het overig verband gescheiden,
is een samenstelling geworden, met de beteekenis nu, min of meer, van: niet
bizonder; zelfs sterker nog: men krijgt op de vraag: heb-je gister plezier gehad? nog
al eens 't antwoord: alles-behalve!
Men kan hooren vragen: wil je éen stuk of meer? En 't antwoord zal bij gelegenheid
wezen: geef me maar een stuk-of-twee-of-drie. Of wel: een stuk-of-vijf-zes; zelfs:
een stuk-of-wat. Ook hier is samenstelling
2)
.
Dus zijn er zin-gedeelten, die uit hun overige, vaak voorkomende omgeving gelicht
zijn. Zij bestaan wel uit meer dan een woord: laat-we die koppelingen noemen
3)
.
Zoo zegt men: met z'n eigen, z'n zelf
4)
, verlegen wezen, niet op z'n gemak zijn; maar:
met je eigen ben-je vaak verlegen, je bent niet op je gemak; zij zijn met hun
eigen totaal verlegen, alles-behalve op hun gemak. Evenzoo: met z'n tweeën
wezen, met z'n achten zijn. Nu is echter opmerkelijk dat als men vraagt:
1) Die keuren sommigen af; zij zijn echter algemeen in de spreektaal. In 't grieksch was 't regel.
In 't ouder hollandsch evenzoo: ik
en
doe 't
niet
. Over 't mndl. zie Stoett II, blz. 106. 't Fransch
heeft: je
ne
veux pas; in Parijs onder 't volk: je veux pas (pas = stap, pas); hiermee is volkomen
in onze
spreek
taal te vergelijken: hij weet er de ballen van; vgl. hij weet er geen bal(len) van;
waar bal = kleinigheid is; vgl. het mndl.:
niet een bal
ne doech hem haer berouwen,’ blz. 106.
Verdam, I, 531.
2) Eigenaardig dat men niet boven de ‘honderd’ gaat; en boven de 20, gewoonlijk geen eenheden
er bij noemt. Een stuk-of-vijf-en-twintig zal men weinig, misschien nooit hooren; evenmin een
stuk-of-honderd en tien; wel een-stuk-of-negentien.
Voor ‘twee-drie’, ‘drie-vier’, wordt ook ‘of’ wel weggelaten; d.w.z. men plaatst deze woorden,
zonder aanwijzing van het verband
naast elkaar.
Vgl. mnederl. ‘Die proever (examinator) doet hem segghen niet mee 11 Dan in den souter
(vgl. engl. psalter)
een vers of twee
.’ Nieuwe Doctrinael van Van de Weert,
Belg. Mus
. VIII,
278.
3) Vgl. nog: alles-en-nog-wat; voor-'t-meerendeel; op-z'n-best; wat-dies-meer-zij, dat vrijwel de
beteekenis heeft gekregen van etcetera.
4) Vgl. ‘met
z'n zelf
,
z'n eigen
verlegen wezen = met
zich
-,
hem-zelf
verlegen wezen,’ met het
middelnederl.: met
hem
drieën wezen = nieuwnederl. met
z'n
drieën wezen. Voor de beteekenis
in 't mndl., Stoett II (= Syntaxis), 250. - Van Helten, Tijdschr. Ned. Lett. V, 215. - Verdam, ald.
II, 192.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 373
1 2 ... 369 370 371 372 373 374 375 376 377 378 379 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments