242
Men merkt, aankloppen leert het ‘bouc’ niet.
Nog een ander: min of meer gewijzigd, kent men:
men sal ghegeven paert niet zien
in den mont,
maar ons ‘bouc’ laat er nog op volgen: ‘no tusschen die dien’; dit slot geeft misschien
wat voor de hippologie van de ME.; is het nog een middel om de paardeouderdom
te bepalen? Is het misschien kieschheidshalve later weggelaten?
In de westhelft van Europa gold in de ME. maar een godsdienst: de R.-C. Die
vormde het internationaal verband; thans door andere vervangen, of ook niet
vervangen. Die omsloot alle staatsinrichting, werkte in alles. Misdeed men, men
werd buiten dit verband, derhalve buiten de maatschappij gesteld. Anders geloovigen
stonden eo ipso er buiten, zij hoorden niet tot de menschen; zij waren vogelvrij.
Eerst met de hervorming kwam hierin verandering.
Dit verklaart waarom in de XIV
e
eeuw geleeraard wordt:
(vs. 69) Ne doe dinen evenkerstin niet
Dattu niet wilds datti geschiet.
En vs. 93:
Dune moets oec niet lieghen
Noch dinen evenkerstin bedrieghen
Loghene es onwert ende sonde groot
Want so slaet die ziele ter doot.
Terwijl in Cats zijn Trouringh, ‘die codex voor maatschappelijke plichten in de XVII
e
eeuw’, of in zijn Spieghel van den ouden en den jongen tijd, of in zijne andere werken
al een andere opvatting gepreekt wordt.
De veranderde maatschappelijke toestand maakt juist Cats, het type der krachtige
XVII
e
eeuwsche Nederlanders, zoo gewichtig voor de kennis van dien tijd
1)
.
Het ‘zedenboek’ en Cats kunnen met elkaar vergeleken; praktische levenswijsheid,
geen geleerde bespiegeling en wijze theoriën is een kenmerk van beide.
De lessen in het ‘Sedenbouc’ waren bestemd voor de toenmalige beschaafden.
Voor wie schreef men ook anders boeken? Het gewone publiek kon niet lezen; de
ridders zelfs vaak evenmin.
Het was een boek voor oud en jong, hoog en laag. Onze zedemeester geeft
welmeenend ‘raad, wat men doen en laten moet om een onberispelijk leven te leiden
en door zijn medemenschen voor verstandig en wellevend gehouden te worden:
waarbij ook soms, ter nadere overtuiging, een algemeen bekend
1) Vgl. ook eens vs. 379; en Spiegel van den ouden en den jongen tijd, I, 438.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals