206
Het is te betreuren dat deze methode niet algemeen werd gevolgd. Maar het
meerendeel onzer auteurs sloot zich aan bij Vondel, die zich met klem verklaarde
tegen de bedoelde ‘walgende verdubbelingen van klinckletteren’, volgens hem ‘een
gansch ongerijmde en overtollige misspellinge’
1)
.
In de 18
e
eeuw werd de kwestie der enkele en dubbele
e
en
o
in open lettergrepen
vooral door spraakkunstschrijvers behandeld.
Jacobus Nyloë in zijn
Aanleiding tot de Nederduitsche taal
(omstreeks 1700) keurt
de bewuste onderscheiding af; de invloedrijke Arnold Moonen verdedigt haar; Willem
Sewel wil alleen duidelijkheidshalve een dubbele
e
of
o
in een open lettergreep
toelaten: zoo spelt hij b.v.
beeken
met twee
e
's, om dit woord te onderscheiden van
bekèn; leeden
, de verleden tijd van
lijden
met twee,
leden
het meervoud van
lid
met
één
e
. En volgens hetzelfde beginsel ook
zaagen
met twee
a
's als het meervoud
van
zaag
wordt bedoeld, met één
a
als vorm van het werkwoord
zien
. Zooals men
bespeurt is Sewel van den weg, die sedert de dagen van Coornhert al tastende
werd betreden, geheel afgedwaald.
De man, die eindelijk licht ontstak in de duisternis, was de groote taalkundige
Lambert ten Kate. In zijn
Aenleiding tot de Kennisse van het Verheven Deel der
Nederduitsche Sprake
(1723) toonde hij aan, dat de zachte en scherpe
e
's en
o
's
een verschillenden oorsprong hebben, en dat in verwante talen aan de zachte,
andere klinkers beantwoorden dan aan de scherpe. Ook gaf hij een lijst van woorden
met
e
's en
o
's, van welke hij, door vergelijking met Gotisch, Angelsaksisch,
Oudnoordsch en andere onde Germaansche talen bepaalde, of zij scherp dan wel
zacht waren.
Maar ook nu bleef in vele gevallen onzekerheid bestaan. In de eerste plaats was
er een niet gering aantal woorden, waarvan ten Kate de verwanten niet terugvond
in oudere talen, en in de tweede plaats scheen het hem meermalen toe, dat b.v. de
Gotische vorm in strijd was met de Angelsaksische en Oudduitsche.
Doch hoe dit wezen mocht, ten Kate had hun, die de zachte en scherpe
e
's en
o
's in de spelling wilden onderscheiden, den weg aangewezen om althans in de
meeste gevallen tot zekerheid te komen. Niet de uitspraak in sommige dialecten
moest in de eerste plaats beslissen, maar de historische taalwetenschap.
Intusschen - zonder slag of stoot won ten Kate het pleit niet.
1) Zie het
Noodig Berecht
achter den
Lucifer
. Zwolsche Herdrukken III/IV, blz. 102.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals