Engel IB144 User Manual Page 245

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 244
197
een zin als dezen: ‘ongetwijfeld heeft hij zich in zoodanige bewoordingen uitgedrukt,
als nauwelijks aanleiding geven kunnen tot verkeerde vermoedens’: hier is
vergelijking; iets daarvan is ook in den zin uit Hagar. - ‘'t zijn zulken,
als die
de
scharen opdreven uit uw sch.’ -
van landveroveraren
is bepaling bij
de scharen:
vgl.
b.v.
Slag bij Nieuwpoort
18:
haar grond - van menschlijke geboden
. - Verklaar
schoot
hier.
15-20 bepaalt ‘scharen van landveroveren’: Israël ging Kanaän; de Islam de wereld
veroveren. - 16: waartoe het woord
omstuwd?
- 17:
de
veertig jaren’: nl. de
welbekende
veertig jaar: daarom het
bepalend
lidw. - 19:
een half gekenden God:
er lag waarheid in Mohammeds Godsdienst: ‘Er is maar één God’; maar de
volle
waarheid was daarin niet.
GRAMMATICA. Uitroepende zinnen als 1-5 zijn in den grond der zaak
vragende
. Doch
zóóvele en zoodánig zijn die wonderen, dat daar
geen antwoord
is: in deze vraag
ligt verwondering, ontzag, en
zoo
wordt zij een
uitroep. Wat
(
welk
) blijft in zulke
gevallen
vragend
heeten, maar krijgt natuurlijk een
onbepaalde
beteekenis. Het
vragend karakter kan geheel verdwijnen zelfs en zoo heeft het vragende ‘wat’ de
beteekenis gekregen van
waartoe
in b.v.
Wat
noopt de Waan hem vroeg en spaâ’
(Staring,
Het geluk
) en is het bijwoord van graad geworden b.v. in Hagar 6-7, dat
zich in 't geheel niet meer als vraag laat nemen. (Zie over deze dingen verder
Taal
en Lett
. I, Marco; bladz. 166).
Doch ook
niet
in 1. verdient nader beschouwen. Het is hetzelfde als in ‘Heb ik je
niet gewaarschuwd?’ Ook dit ‘niet’ staat oorspronkelijk in vraagzinnen. Men
had
iemand gewaarschuwd; nadrukkelijk. Hij ging zijn gang en 't ging verkeerd. Met het
oog daarop, dat hij handelde als was hij
niet
gewaarschuwd, als wist hij niet beter,
vroeg
men dan: ‘heb ik je soms niet gewaarschuwd’ d.i. ‘heb je soms niet beter
geweten’; of wel, hij kwam klagen, zich beklagen, alsof hij daartoe nog recht had;
dan was het al evenzoo: ‘heb ik je
niet
gewaarschuwd?’ en dan kon de man niet
anders dan stil tot zich-zelf zeggen: ‘ik
ben
gewaarschuwd.’ In beide gevallen
behelsde de negatieve vraag de nadrukkelijke bevestiging:
gewaarschuwd zijt ge
.
De eigenlijke beteekenis van dit nu zuiver modale
niet
voelen wij niet meer: 't is
eenvoudig
versterkend
en juist
daarom
ging het mee dienst doen in dien
uitroependen
zin der verwondering en bewondering en verontwaardiging, waarin wij 't ook
hier
(vers 1.) aantreffen. Vgl. ‘Wat is dat
niet
mooi!’, ‘Wat is dat
geen
gemeene streek’
etc.
De aandacht moet ook trekken de verbinding van het
enkelvoudig
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 244
1 2 ... 240 241 242 243 244 245 246 247 248 249 250 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments