Engel IB144 User Manual Page 130

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 129
82
In den loop der 17
e
eeuw begon men nu algemeen aan de constructie met
of
doch
zonder
en
de voorkeur te geven. Hooft deed dit o.a. met bewustheid: in zijne
oudere geschriften komt
en
nog meermalen naast
of
voor; in zijne
Nederlandsche
Historiën
is het ontkennende bijwoord voor goed verdwenen.
1)
In het bovenstaande vindt de lezer de gegevens, met behulp van welke wij zullen
trachten de in den aanvang genoemde vragen te beantwoorden. Wij zouden dat
veel gemakkelijker kunnen doen, wanneer de oude vormen der beide ter sprake
komende voegwoorden slechts bewaard gebleven waren tot den tijd, toen men
aanving de beide deelen der volzinnen door
of
te verbinden. Immers het
tegenstellende voegwoord
of
luidde in het mnl. eigenlijk
ofte
, het voorwaardelijke
daarentegen
of
. Doch in den regel werden deze woorden reeds in de M.E. niet
scherp onderscheiden, zoodat men zeer dikwijls
of
aantreft, waar twee zinnen
tegenstellend zijn verbonden en omgekeerd
ofte
,
oft
, waar men het voorwaardelijk
voegwoord bedoelde. En deze verwarring was zoo mogelijk nog erger geworden in
het tijdperk, toen men in de bedoelde volzinnen
of
begon te gebruiken. Men ziet
dan ook in de boven opgegeven voorbeelden
of
en
oft
door elkander gebruikt.
Daarom moeten wij bij ons betoog uitgaan van de vraag, welke opvatting men in
dien tijd had van het verband, dat er tusschen de deelen dier volzinnen bestond.
Over die opvatting is men het tot nog toe niet eens kunnen worden. Bilderdijk
hield het er voor
2)
, dat dit
of
‘niet (was) het bindwoordtjen, dat bij de Franschen
ov
(nu
ou
) is, gelijk men zich dwaaslijk verbeeldt’, maar ‘de potentiale conjunctio
indien
,
bij de Duitschers
ob
en bij de Engelschen
if
en die wij nog veelvuldig gebruiken,
bijv. of
het gebeurde dat ik krank wierd
. Dus zeggen wij: ik heb mijn mantel
omgehangen of het regende; ik neem wat brood meê op de jacht of ik honger
kreeg, enz. enz.’ En hij brengt tot staving dezer meening o.a. een paar voorbeelden
bij uit Hooft:
Men liet hem niet vertrekken
,
ofte hij en hadde eerst zijn aandeel
betaald; er was niemand oft hij en maakte zwarigheid
en redeneert nu zoo:
‘Woordelijk (beteekent dit):
Men liet niemand vertrekken
, indien
hij niet betaalde;
daar was niemand
, indien
hij geen zwarigheid maakte
. Namelijk ieder betaalde
en dus, indien hij niet betaalde, zoo liet men hem niet vertrekken. Ieder maakte
zwarigheid en dus, indien iemand geen zwarigheid maakte, was
1) Voor de wijze, waarop Vondel dgl. zinnen behandelt, zie men Van Helten II.
2) Taal- en Dichtkundige Verscheidenheden, III, 13 en vlgg
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 129
1 2 ... 125 126 127 128 129 130 131 132 133 134 135 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments