
367
Potgieters Liedekens van Bontekoe.
Aanteekeningen.
(
Slot.
)
vs. 326-327. De dichter verontschuldigt zich, zeer bescheiden, over de lengte van
het vorige liedje. De toegeving biedt hem gelegenheid, om, als tegenstelling, den
indruk van het tafereeltje op 't gemoed van Bontekoe te schetsen.
een schaats slaan:
‘schaatsenrijden’; vooral, wanneer men de hoedanigheid van
het rijden wil doen uitkomen:
hij slaat een flinke
,
een ongelukkige schaats
1)
.
vs. 328.
eenvoude
voor
eenvoudige
. Deze afkapping van -
ig
hebben onze dichters
zich sedert eeuwen veroorloofd. Zoo Hooft,
Granida: Ach
,
ach
,
eenvouwde rust der
hard'ren laagh gezeten
en Vondel:
D'eenvoude Godsdienst plaegt met moortgeweer
en stokken
. Zie Bogaers,
Taalgids
, VIII, 19.
vs. 329.
een tooverspel
, daar zij hem plotseling het ijsvermaak der noordelijke
streken voor den geest tooverden.
vs. 331.
myrrhe:
het hard geworden sap van een' in het oosten groeienden
balsemboom; het heeft een' bitteren smaak, maar een' aangenamen geur. Met
dezen laatsten hebben wij hier te doen. Evenzoo is
mastik
eene soort van boomhars,
die, wanneer zij verhit wordt, een' welriekenden geur verspreidt. Uit vs. 333 blijkt,
dat
myrrhe
en
mastik
hier genomen zijn in den algemeenen zin van ‘aangename
geuren.’ De geheele volzin beteekent dus: ‘Vergeefs was de avondwind beladen
met heerlijke geuren, die langs de oevers der rivier uit duizend bloemkelken waren
opgestegen.’ -
duizend
bep. telw. voor een onbep. ‘eene groote menigte’.
1) In eene beoordeeling der Muzenalmanak van 1840 gebruikte Bakhuizen van den Brink het
woord (
Studiën en Schetsen
, III, 150): ‘Bij andere verzen herinnerden wij ons de geestige
teekening van een onzer vrienden. Op een groot ijsveld rijdt onze verdienstelijke dichter Beets
schaatsen: aan een langen stok houden hem A.B.C. en anderen onzer jeugdige dichters vast:
de voorman is zijne zaak ten volle meester; maar de heeren A.B.C. en de gansche reeks
slingeren en dwalen en struikelen en buitelen zonder orde dooreen. Het onderschrift
karakteriseert duidelijk de mislukte poging en de wijze, waarop zij hem trachten na te volgen,
door de woorden:
’
Men vergelijke met dezen kreupelen regel den volgenden uit Beets
Gedichten
, II, 70:
O, zeg niet: ‘hij is trotsch’, als zijn hart zich verheugt.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals