158
Gehuld in 't kleed
- kleine rust -
Van ziekte en leed
- nieuwe stilte -
Trad in een
godgeliefde woning
- na deze eenigszins krachtiger beweging opnieuw een oogenblik
pauze, als om uwe nieuwsgierigheid te prikkelen, want gij weet nog altijd niet, wie
daar binnen ging; het was -
Een Engel
. Deze spanning en deze verrassing werden
vooral mogelijk gemaakt door de indeeling en den bouw van den zin. Zet hem in
zijn gewonen vorm, het onderwerp voorop, en spreek hem in éenen uit, - de helft
van de bekoring is weg.
De indeeling -! Mag ik hierover een ietwat schoolmeesterachtige vermaning
invlechten? Zij is slechts bestemd voor die weinigen onder de jongeren, die meenen,
dat, waar aan 't eind van een' versregel geen zinteeken staat, hij in den volgenden
regel moet overloopen. Deze meening is eene dwaling, die ook in 't buitenland
genoeg verbreid is, om den Oostenrijkschen dichter Robert Hamerling aanleiding
te geven, er herhaaldelijk tegen te waarschuwen. Elke versregel is eene eenheid;
door den kunstenaar zoo en niet anders samengesteld; ieder, die deze eenheid
vernietigt, handelt in strijd met de bedoeling van genen. Had hij gewenscht, dat twee
verzen als één moesten gelezen worden, hij zou ze natuurlijk als een' geheel gegeven
hebben. Nu is de eenheid van ieder der beide eerste regels reeds door het rijm
verzekerd (
kleed - leed
), maar bij den derden moet er wel degelijk aan gedacht
worden, dat hij uit is en eerst de volgende regel onze gespannen verwachting
bevredigt.
De zinsbouw! De omvang van dit onderwerp noodzaakt mij, de verzoeking te
weerstaan, om door 't bijbrengen van nieuwe voorbeelden duidelijker te laten zien,
wat een smaakvol schrijver door dit middel te bereiken weet. Slechts ter loops zij
aan de opmerking van Beets herinnerd over dien zin uit Poot's Akkerleven,
langgerekt over vijf regels voortloopend, als moest daardoor de lange vore verzinlijkt
worden, die juist getrokken wordt:
Als een boer zyn hygende ossen
't Glimpend kouter door de klont
Van zyn erffelyken gront
In de luwt der hooge bosschen
Voort ziet trekken - -
om te laten zien. wat eene anders onbehagelijke lengte vermag, en voorts nog aan
een paar plaatsen uit Da Costa, om te bewijzen, dat hij de boven besproken
versconstructie vaker en gelukkig toepast:
De Omwenteling in haar kiem gekoesterd - in haar vrucht
Verafschuwd.
1)
- - -
Betoonen
De teekenen dezes tijds zich gunstig voor 't bestaan
Van 't plekjen duin en wier, den Westeroceaan
Ontworsteld? o, Wat oord van 's hemels welbehagen
1) Voor de duidelijkheid onderstreep ik.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals