349
De vorming met -
t
, -
de
(om
t
, omtalm
de
b.v.), vooronderstelt nog volstrekt niet dat
ook er een met -
en
(ommen, als inf., b.v.) moet wezen. Hier dient aan gedacht.
Met -
de
vormt men ook telwoorden als tien
de
, etc. Nieuwe formaties zijn hier niet.
Met -
te
substantiva van adjectiva; hoog-
te
, diep-
te
, koel-
te
, etc.
40. Een ander suffix, -
e
, vormt nevenvormen van het adjectief:
een goed zeil, een goeie kerel. - een flink schip, een ferm
e
manier van aanpakken.
- in moeilijk
e
omstandigheden, een moeielijk oogenblik.
een bij-de-hant-
e
1)
jongen, een bij-de-hant
2)
ventje. - een sekke heer, vrouw, aas
(bij 't kaarten) uitspelen. - een toe
ë
kachel. - een uit kacheltje, een uite haard, kaars.
- dat is geen raisonn
e
zaak. - allerlei
e
soort. - een miss
e
boel, een mis boeltje. - een
fout
e
som. - welke moet-je hebben? De die
ë
.
41. Een zooveelste suffix is -
ig
, dat meer in gebruik is dan
achtig
, vooral in zijn
nevenvorm -
erig
. Hier maar een enkel voorbeeld, nieuwvorming; de oude met min
of meer sterk gewijzigde beteekenis zijn bekend.
Wat is het volk vandaag hoera-ig. - die wimpel waait mooi, wat slangige bochten.
- kuizig (Multatuli). - wat ruikt het hier boekig. - pietluttig, (hiervoor, blz. 107).
een leeuwerig volk zijn de nederlanders (Multatuli). - ik ben niet erg thee-erig -
schilderig (Potgieter). - landerig.
42. De suffixen
er
,
st(e
) vormen bij adj., comp. en superl.
Ook nieuwe vormingen:
3)
moe, moeier, moe(i)ste. - jammer, jammerder, 't jammerst is.
Ook vormt
st(e
) telwoorden:
achtste, hoeveelste.
Ik behandel niet alle suffixen en praefixen. Alleen wijs ik nog op:
ge
-: ge-zanik, ge-donderjaag;
aarts
-: aarts-luiwammes;
1) De eind-
d
in ‘hand’ wordt natuurlijk als -
t
uitgesproken.
2) Dat deze ook zonder uitgang staan, spreekt vanzelf. Over deze adjectiva bij het Adjectief.
De -
e
in van goeden huize enz. is afgestorven; dient hoogstens pro memorie vermeld.
Over de ingelaschte -
e
- in hond
e
-hok e.a., zie hiervoor, blz. 327/8.
3) Het -
er
in ‘gewapend
er
hand’, ‘van gansch
er
harte’ hoort tot de archaïsmen: dit pro memorie
weer. Over het ingelaschte in kind
er
-stoel, enz. hiervoor blz. 328.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals