246
een toonloos geworden voorvoegsel vĕe(r), met een nog wel als vě gehoorde
uitspraak? - daventuere (289); veryan (293); yemene (312) enz.; doemen (455,
471), vgl. van Helten 90; geselscepe (540); tafele (597); sijsyn (860)
1)
.
Het pronomen ‘di’ vindt men als ‘die’ geschreven (324, 351, 666, 935), waarover
men van Helten § 330
a
zie: ‘vaak buiten als 't in rijm’ ‘di’; daarentegen ‘die’ als ‘di’
(692, 942), van Helten § 347, Opm.
Van meer belang zijn andere wijzigingen: ‘claerhoit’ is in ‘clareit’ (445) verandert;
vgl. clarheit, en van Helten § 63? - ‘Prijs’ (573) is ook masc. gen. vgl. van Helten,
blz. 310, i.i.; en daarom moet ‘diene’ niet in ‘diese’ veranderd. - ‘Scrifture’ (244) leest
het hs., vgl. daaromtrent van Helten, blz. 366/7, Stoett, blz. 65. - ‘Ordinen’ (373),
vgl. het Glossarium. - Zelfs is de vraag of ‘beelde’ (247) als dat. plur. niet blijven
moet; vaak is toch de plur. in
alle
naamvallen gelijk, vgl. van Helten § 260, en blz.
331, noot - ‘ghesent’ is zeker niet in ‘ghesint’ (359) te veranderen, vgl. van Helten
§ 26
c
, 201. - Moet ‘ghevest du’ (82) wel veranderd? en ‘wat du’ (566)? - Terecht is
634 ‘etet’ in ‘eet’, om het rijm verbeterd, omtrent de vorm-zelf, zie van Helten, blz.
252. - De imperatief sing. eindigt in het hs. eenige malen op -
t
: merct (308), verwerret
(556), drinct (598), ghedinct (726). Ofschoon van Helten in § 214 zijner mndl. Spraakl.
geen enkel voorbeeld opteekent van imp. sing. op -
t
, maar vele op -
e
, of zelfs zonder
suffix, noteert, vraag ik me af of bovengestelde vormen moeten veranderd
2)
; gewoon
toch is de verwarring dat bij het pron. du het verbum in 't meerv. staat, evenals bij
ghi in 't enkelv., zelfs zijn vormen gemengd (du seg
ts
); zou de imperat. daarvan
vrij gebleven wezen?
Du dan sal
t
(566) moet niet veranderd, vgl. van Helten § 210
a
; vgl. echter ook
510. Wijs (266), imper. zonder uitgang, vgl. idem § 214. Over ‘begrijp men’, (100)
vgl. van Helten § 213
b
. Is ‘siedmen’ (206) te vergelijken met ons ‘hier mangel
d
men’?
- ‘Berouwen’ kon ook de nom. rei hebben, moet ‘dine’ (106) dus wel in ‘dire’
veranderd? ‘Beromen’ heeft in den regel de gen. rei bij zich, maar vs. 1069 staat
‘dine quade daet’, vgl. zelfs ‘hem beromen’, Praet 1798: ‘so mach ic
t
mi bet beromen’;
Amand I, 5176: ‘dienst, die
n
ic mochte mi beroemen’. Er zullen nog wel meer plaatsen
wezen, maar in de genormaliseerde teksten heeft men die natuurlijk wel verbeterd.
- ‘Begints eten’ (640) is onnoodig in ‘begints met eten’ veranderd, vgl. Verdam I,
706, vooral 3). Zoo dunkt mij ook niet noodzakelijk ‘metten wine’ in ‘met wine’ (642)
te veranderen. Zoo zal ook 22, 151: ‘van den paradise’ wel moeten blijven.
Enkele opmerkingen over den tekst en de Aanteek. nog. Bij vs. 309 is wel Malegys
aangehaald, maar niet de veel meer gelezen Reynaert (I, 182).
1) De var. bij 370 slaat op het eerste ‘dat’?
2) In onzen tekst is de -
t
weggelaten; dit zal in meer teksten het geval zijn; ik heb niet gevonden
of van Helten systematisch de lezing der hss. naast die der uitgaven vermeldt.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals