Engel IB144 User Manual Page 172

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 171
124
Vs. 50: ‘Daer 't soo dier slapen is en 't hoofd soo goe'koop draeyt’, zou ik liever niet
vertalen met ‘waar men zoo moeielijk slapen kan’, maar met: ‘waar het slapen zoo
duur te staan kan komen’. Het tweede gedeelte verklaart de Hr. E. waarschijnlijk
terecht met: ‘en 't hoofd zoo los op de schouders zit’; maar met het oog op ‘de
hooghd, daer 't soo gestadigh waeyt’ zou ik toch gelooven, dat Huygens er
woordspelend ook deze gedachte aan verbindt: ‘waar men zoo licht duizelig wordt’.
Men vergelijke daarbij
Oogentroost
vs. 345 vlgg.:
‘In 't ende draeyt haer 't hoofd op die verheven klippen,
En dan voelt Phaëton den toom sijn hand ontslippen,
Dan komt hy, als gewipt, weer blindelingh ter neer
En 't kost hem blindelingh sijn leven en sijn eer,’
of
Hofwijck
vs. 876, waar van de ‘vlagge-spill’ gesproken wordt, ‘daer 't hoofd draeyt
eer men 't weet’. Vgl. nog
Hofwijck
vs. 1005.
Van ‘een bedelaer’ vs. 3 wordt gezegd:
zonder zout versmelt
, zal wel beteekenen:
die ook zonder toedoen van buiten af te niet gaat, verkwijnt.’ Bij die verklaring komt,
dunkt me, Huygens' vernuft niet tot zijn recht. De tegenstelling moet zijn: de slak
smelt
met
, de bedelaar daarentegen
zonder
zout, d.i. zonder maaltijd, waarvan het
zout het zinnebeeld is, dat de gastvrijheid ons verplicht met den vreemden bezoeker
te deelen.
Bij vs. 21 wordt
kinder-keel-getier
verklaard met
het krijten van kinderen
, doch in
verband tot den volgenden regel moet het beteekenen:
het erbarmelijk gezang van
kinderen
, dat hij met zijnen doedel of zijn draaiorgel begeleidt.
Bij ‘een rijcke vrijster’ vs. 6 is de verklaring: ‘de vrijster parfumeert zich dus met
amber en rozenwater’ wel niet de ware, want juist: ‘zij kan van duisend een amber
en roosewater ontbeeren’. Huygens bedoelt: naar schatting der vrijers is zij zulk een
wonderdier, dat haar zweet welriekend is als amber, hare pis (sit venia verbo!) als
rozenwater.
Juno's lach (vs. 20) is veeleer een lach van
zelfvoldoening
dan van
minachting
.
Bij het volgende vers heeft de Hr. E., vooral met het oog op ‘sijn uytgestraelde geest’,
misschien gelijk met Bilderdijk's verklaring af te keuren en aan de jenever te denken;
maar ik wil toch niet onopgemerkt laten, dat Schiedam destijds vooral bekend was
wegens de netten, die er gebreid werden. In de ‘Informatie op den Staet van Holland
en West-Vrieslandt’ in 1514 (uitg. door Fruin, Leiden 1866) bl. 476, leest men: ‘Voort
soe generen hem veel van de wijfs ende kinderen met netten te spinnen ende te
breyden’; en bij Guicciardini (in Kiliaen's vertaling, Amst. 1612) bl. 229, vinden wij:
‘Het lijndraeyen aldaer seer goet is; ende aldaer altoos ghenoech te doen is met
netten teghen de Haringvaert te maecken ende te stoppen’. Vooral verdient het
opmerking, dat Huygens zelf, als hij in zijne ‘Stedenstemmen’ Schiedam
karakteriseert, niet spreekt van de jeneverstokerijen, maar wel van de lijnbanen. Hij
zegt namelijk:
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 171
1 2 ... 167 168 169 170 171 172 173 174 175 176 177 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments