Engel IB144 User Manual Page 118

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 117
70
worden:
in de hoedanigheid van
. In het Woordenboek
1)
wordt
als
in het laatste geval
voegwoord van hoedanigheid genoemd ter onderscheiding van het
vergelijkend voegwoord
als
in den eersten zin.
Het verdient opmerking, dat bij de correlatieven
zoowel-als
, indien
als
niet
onmiddellijk op
zoowel
volgt, het tweede lid der vergelijking zelfs nooit een zin kan
zijn. Men kan zeggen:
Zoowel de aanvoerders als de soldaten waren blijde met de
behaalde overwinning
, niet:
Zoowel de aanvoerders waren blijde als de soldaten
blijde waren
.
Wij weten geen beteren naam voor de zindeelen, die o.i. ten onrechte onvolledige
zinnen genoemd worden, dan vergelijkingen. Het gebruik van dezen term
komt ook te pas, indien men bij de regels voor de naamvallen aan wil geven, dat
het tweede lid eener vergelijking gewoonlijk denzelfden naamval heeft als het
zelfstandige woord, dat het eerste lid vormt.
Deze opmerking brengt ons tot de vraag: Waarnaar richt zich de naamval eener
vergelijking, m.a.w. hoe moet men schrijven:
Met een aanvoerder als de
(
n
)
onze
(
n
)
moesten wij zegevieren. - Hij klom nooit over een hoogeren muur dan deze
(
n
). -
Wij zagen hem handelen als de
(
n
)
vos uit de fabel. - Ik noem die methode zoo oud
als de
(
n
)
weg van Kralingen?
Als we hier nog naast stellen:
Met iemand als hem kun je niet redeneeren. - Ik
ken geen trouwer vriend dan hem. - Ik vind je nog veel slechter dan hem. - Gij hebt
geen bitterder vijanden dan hen
tegenover:
Ik houd niet van menschen als zij
, dan
blijkt, dat we hier met een moeilijk geval te doen hebben, waarin men zich voor al
te stellige uitspraken wachten moet. De taal zelve geeft hier geen vasten regel en
in gevallen, gelijk in de vier eerste voorbeelden, waar de omgangstaal de uitgangen
geheel verwaarloost, is het gebruik in de schrijftaal wankelend.
Nu zijn er meer voorbeelden, dat in de schrijftaal regels gelden, voor welke de
spreektaal geene gronden geeft en die ons zelfs onnatuurlijk kunnen voorkomen.
Zoo b.v. de regel, dat de bijstelling steeds in naamval met het bepaalde substantief
overeenstemt. In deze zinnen:
Paris
,
de zoon van Priamus
,
koning van Troje
, een
bloeienden staat
op de kust van Klein-Azië
,
schaakte de schoone Helena. -
Maar ziet
,
onderweg ontmoette de meid juist weer dien Arend van der Oest
, een
heel ondeugenden knaap,
die haar altijd kussen wilde
, zouden wij voor de
gespatieerde bijstellingen den nominatief allicht natuurlijker vinden, doordat ze bijna
aan zelfstandige mededeelingen gelijk staan.
1) Zie Wdk. op
als
.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 117
1 2 ... 113 114 115 116 117 118 119 120 121 122 123 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments