Engel IB144 User Manual Page 207

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 206
159
Weleer! (Wachter, wat is er van den Nacht?)
daar, twintig eeuwen later
Verhief de Saraceen met dweepend krijgsgeschater
zijn wapens, - - - -
En nu - die Abram 't eerst den vadernaam deed hooren,
Die veertig jaren op de aartsvaderlijke kniên
Geen tweeden nevens zich gekoesterd had gezien,
Moet thands dien tweeden als zijn' meerdere gehengen,
En, man in zelfgevoel en krachten, hulde brengen
Een weenend kindeke! (Hagar.)
Overal hetzelfde middel en hetzelfde effect. Het onderstreepte woord van de andere
daarmee samenhangende door eene al is 't ook kleine rust gescheiden - in isolement
ligt kracht, soms! - en aan 't hoofd van een nieuwen regel, doch aan 't eind van den
zin geplaatst, komt krachtig uit, maar daarmee ook het deel, dat den vorigen regel
eindigt en bovendien door den dubbelklank van het rijm sterker tot het oor spreekt.
Want - laat deze opmerking hier nog eene plaats vinden, het rijmwoord is door plaats
en klank een bevoorrecht woord, en geen man van smaak zal deze voorrechten
verleenen aan een, dat er door de belangrijkheid zijner beteekenis geene aanspraken
op kan laten gelden.
Wij gaan verder en springen een paar verzen over:
Hij waarde rond in 't huis; hij
zocht - Hij zocht en vond een kind
,
dat vroeg reeds had vernomen De stem des
Herders: Laat de kleinen tot mij komen
.’ - De persoonsverbeelding wordt
volgehouden; de spanning, door 't verschijnen der geheimzinnige gestalte opgewekt,
blijft en klimt tegen het eind door onze belangstelling voor het kind. Zie wat herhaling
doet:
Hij zocht - Hij zocht
. 't Is het eenvoudigste en tevens het aanschouwlijkste
middel om het veelvoudige der handeling, m.a.w. het frequentatieve, de herhaling
en voortduring er van aan te duiden. Een ander maal - om niet te gewagen van de
bijzondere toepassing door onze verre voorvaderen of nog door de Maleijers - maakt
het enkel als een herhaalde hamerslag den indruk dieper, dat de voorstelling steeds
levendiger ons voor den geest staat en de klank in ons oor blijft doortrillen als van
een aangehouden toon. ‘L
aa
t v
a
ren, 't jong paar, l
aa
t v
a
ren’ zong Staring, en Vondel,
wien drie maal ‘heilig!’ nog nauw genoeg is, legt in Elektra's nooit uitgeklaagden
mond een ganschen Alexandrijn van ‘Och's’. - Hij zocht en zocht: het is, alsof de
Engel des doods, rondwarend door het huis, nu dezen, dan weer een ander voor
een oogenblik aangrijpt, weer loslaat, op nieuw zoekt, om eindelijk vast te houden,
onverbiddelijk, wat hij had willen vinden. Maar hoe wordt dan ons medelijden gedempt
en onze zorg om het kind tot rust gebracht, als we aan 't slot dat gewijde woord
vernemen: dat van zooveel kinderlijke kinderliefde spreekt: Laat de kleinen tot mij
komen!
Want als in de menschenmaatschappij, zijn er ook onder de woorden
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 206
1 2 ... 202 203 204 205 206 207 208 209 210 211 212 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments