72
Hoe viel een nacht zoo zwart op Nederland na dagen
,
Als sinds de Aposteleeuw geen latere eeuwen zagen
. (Da Costa.)
Eer brengt een arme vader met vreugd zes kindren groot
,
Dan dat zes rijke kindren hem koestren in den nood
. (Beets.)
De neiging, om al te licht zindeelen als onvolledige zinnen te beschouwen, heeft
wel eens tot onjuistheden verleid bij de behandeling der zoogenaamde ‘verkorte’
en ‘beknopte’ zinnen. Naar onze meening gaat b.v. Prof. Brill in dit opzicht veel te
ver, wanneer hij schrijft
1)
: ‘Men moet de afhankelijke zinnen niet als tot zinnen
geworden bepalingen aanmerken. Veeleer zijn de bepalingen voor in den hoogsten
graad verkorte zinnen te houden. Zoo beteekent:
leerzame jongens maken
vorderingen
eigenlijk:
jongens in zoo verre zij leerzaam zijn
,
maken vorderingen
’.
Zoo zegt dezelfde schrijver op eene andere plaats
2)
: ‘Is het predikaat van den afh.
zin een zelfstandig naamwoord, zoo blijft bij de verkorting dit alleen met de bij
hetzelve behoorende bepalingen over en er ontstaat die vorm des verkorten zins,
welke den naam van appositie draagt. Zoo kan de appositie in:
Hij
,
de vorst van
heil en leven
,
nam den mensch als broeder aan
(Bilderdijk) slechts verklaard worden
door:
hij
,
die de vorst van heil en leven is
, niet:
daar hij de vorst van heil en leven
is
’.
Wij achten het zeer nuttig, ja onontbeerlijk ter juiste verklaring van hetgeen men
leest, dat de leerling, zooals in het laatstgegeven voorbeeld, zich rekenschap geeft
van de logische betrekkingen, die er tusschen appositie en naamwoord bestaan
kunnen en er is geen beter middel, om te beproeven, of hij die terdege begrijpt, dan
de vervanging door een bijzin. Maar men vergete niet, dat men dan de grammatische
beschouwing van de gegeven vormen heeft laten rusten en zich op het gebied van
stijlleer en rhetorica beweegt. Het gaat niet aan, iederen zin, die men voor eene
bepaling in de plaats kan zetten, tegelijk als den oorsprong dier bepaling voor te
stellen.
Niet de bijvoeglijke bepalingen
leerzaam
en
de vorst van heil en leven
zijn verkort
uit
in zoo verre zij leerzaam zijn
en
die de vorst van heil en leven is
maar omgekeerd:
de eenvoudige bijvoeging
leerzaam
, de bijeenplaatsing van
hij
en
de vorst
kan met
verschillend logisch verband gepaard gaan. In een stukje, getiteld ‘
Aan
,
op en over
de grenzen
’
3)
heeft de heer L. Leopold daarvan enkele treffende voorbeelden
gegeven.
1)
Zie Dr. W.G. Brill, Ned. Spr.
2
, Aanm. § 121.
2) Dr. Brill,
Ned. Spr
., § 146.
3) Zie ‘Gids voor den onderwijzer’, Jrg. 1881, pag. 44 vlgg.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals