Engel IB144 User Manual Page 412

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 411
356
De stam kan naar analogie gevormd wezen. Wij maken ook grovve naar grof;
brosse en brosheid naar bros, zoo goed als broos, en broosheid naar
broze. Wat wij voor een stamsuffix houden, kan een samensmelting van twee
woorden wezen, of een afleiding ook, misschien zelfs weer met onorganische
tusschen-klinker(s) of medcklinker(s) wezen, zooals bij ons nu: pletí, wimper,
wereld en breigeman, leidsman, schaapskooi, putswater, steenigen,
kinderdijk, tollenaar, rentenier. Die anorganische klinker kan het overblijfsel
wezen van een ouder suffix
1)
.
Wat wij voor een suffix houden, is dit mogelijk niet, maar de eindsylbe van een
woord, die later dienst kreeg om een zeker zinsverband aan te wijzen, en die toen
achter woorden kwam, waar hij vroeger niet kon komen, zooals b.v. de -
en
in 's
heeren zegen, 's pausen bul; en de -
er
in 't duitsch: kälber
2)
.
Andere hebben een nieuwe dienst gekregen
3)
, zoo iets als dat men b.v. de -
s
in
nieuws, praats, moois, lekkers, fraais, grappigs, bekijks,
oud-kraams, tusschendeks, e.a., hield voor nominatief-suffix - zoo dit nu
levende vorming was, ten minste; of -
lijk
in stedelijke waterleiding, koninklijke
stallen, als genitiefuitgang
4)
bij ‘stad’ en ‘koning’.
Dan, wie waarborgt ons dat al de stamvormen van een nomen of verbum, die wij
voor de oudste taal door vergelijking aanwijzen, werkelijk bestaan hebben? Dat
sommigen er van niet, gedeeltelijk, naar andere brokken, overeenkomstig bestaande
vormingen, in den oortijd waren gefabriekt? en dat naar die, weer het heele verdere,
oudere exemplum was vervormd? Dat in nog ouder tijd daar slechts enkele vormen
dus van aanwezig waren, naast verlorene veel oudere? Dat er
1) Vgl. ook 't duitsche -keit uit e-c- heit.
2) B.v. bher
e
, grieksch φἐρε. Er zijn in 't urarisch eenige vormen zonder suffix. De vraag is weer
of dit er afgesleten was, al in den tijd, dat we ze leeren kennen, of dat ze 't nooit gehad hebben.
3) Zoo is ‘legimini in 't latijn als persoonsuitgang opgevat, hoewel het niet anders zal geweest
zijn dan een participinmvorm - vgl. λεγόμενοι, λεγόμεναι - met weglating van ‘estis’; die zich
voor het taalgevoel der Romeinen aansloot bij, en net een vormsel werd als de
indicatief-uitgangen ‘legor, legeris’, etc. - Vgl. natuurlijk in dezen Brugmann Grundriss
Indo-germ. Gramm.; hieromtrent I, blz. 15.
4) Zie boven blz. 344.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 411
1 2 ... 407 408 409 410 411 412 413 414 415 416 417 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments