253
Constantyn Huijghens, wiens Journael na 1878 uitkwam, is thans opgenomen. Het
artikel over Blasius is wegens het in 1881 verschenen artikel van Dr. J. te Winkel
over dien dichter belangrijk uitgebreid. Kretzer, wiens groot aandeel in den Braga
eerst na 1878 algemeen bekend geworden is, staat nu vermeld. Zoo zouden wij
kunnen doorgaan, maar dit weinige is voldoende. Ook de letterkundigen, die na
1878 naam hebben gemaakt, zijn bijna volledig opgenomen, al missen wij enkelen;
waarom b.v. niet A. Verwey en H. Gorter? Daar absolute volledigheid ondenkbaar
is, zou het echter dwaas zijn van die enkele omissiën de bewerkers een grief te
maken. De uitstekend zorgvuldige bewerking dezer tweede editie is b.v. gemakkelijk
te kennen door de verschillende artikels
Muller
met die der eerste te vergelijken.
De in den eersten druk vermelde Phil. L. en J.F.L. Muller werden te recht geschrapt;
men moet zich ook voor het teveel wachten. Nieuw opgenomen werden F. Muller,
de antiquaarletterkundige en P.N. Muller, de koopman-letterkundige, beiden zeer
ten onrechte vroeger niet vermeld; de artikelen over Dr. P.L. Muller, den Leidschen
hoogleeraar en Mr. S. Muller Fz., den Utrechtschen archivaris werden behoorlijk
aangevuld; voorts werden nieuw opgenomen J.D.L. en J.W.A. Muller, die minder
bekend zijn, Dr. H.C. Muller, de bekenden neo-Hellenist en Dr. J.W. Muller, onze
Vaderlandsche lexicograaf.
De eerste druk had 756, de tweede 918 bladzijden van ongeveer dezelfde grootte;
zoo kan men in cijfers den omvang der omwerking taxeeren. Daarbij wete men, dat
die nieuwe druk niet minder dan ongeveer 5000 artikels telt. Uit het bovenstaande
kan men zich eenige voorstelling maken van de degelijkheid van dit uitstekende
werk, dat voor beoefenaars onzer letterkunde, bibliographen, archivarissen, courant-
en tijdschriftredacteurs onmisbaar is. In het prospectus werd beloofd, dat zoo mogelijk
aan het werk een register der belangrijke pseudoniemen zou worden toegevoegd.
Wij hopen, dat dit toevoegsel alsnog zal verschijnen, daar wij dit werkelijk onmisbaar
achten. Zoo zochten wij b.v. vergeefs naar een artikel over de schrijfster der voor
twintig jaar in den Gids onder den pseudoniem Constantijn verschenen novelle
Hilda, die toen zooveel gerucht maakte. Van Doorninck geeft, meenen wij, ten
onrechte als schrijfster op Mevr. Storm van der Chijs. Wij gelooven, dat dit moet
zijn: Mevr. Storm van 's Gravesande. Het begeerde toevoegsel zal ons, mocht het
verschijnen, wel goed over dit en dergelijke punten inlichten.
CR.
Everhardus Johannes Potgieter. Persoonlijke Herinneringen van
Nicolaas Beets. Haarlem, de Erven Bohn, 1892. -
f
1.25.
De kleinzoon van
van der Palm
, die ons volk de
Camera
en de
Korenbloemen
schonk, vertelt in dit boek van zijn Romantische Jeugd; van de dagen, toen hij mede
hielp het tijdperk te vormen, dat in hem-zelven ook een zijner klassiekste d.i. een
zijner karakteristiekste, zuiverste, schoonste vertegenwoordigers bezitten zou en
nog bezit. Wiens nieuwsgierigheid zou hij niet prikkelen? Wie luistert niet gretig?
Het is een boek voor de leestafel en een boek voor de studie.
Te
vernemen
dat de schrijver zich in den zegen van een frisschen, steeds
veerkrachtigen, bezielden ouderdom verheugt, zal duizenden onzer landgenooten
goed doen. Die dit boekske ter hand neemt en leest, heeft het niet enkel meer van
hooren zeggen, hij gevoelt en geniet de gezondheid en de bekoring van deze
grijsheid, die gerijpte jeugd is. Deze bladzijden over dagen van bezieling hebben
zelf hun
ziel
. Zij hebben de ziel van den uitnemende die een halve eeuw aan zich
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals