205
sprong dier klinkers, maar zich uitsluitend richtte naar het verschil in uitspraak, dat
hier en daar, vooral in het Zuiden nog werd gehoord. De scherpe
e
's werden door
sommigen nog altijd meer als
ei
, de scherpe
o
's meer als
ou
uitgesproken:
beenen
en
boomen
klonken dan ongeveer als
be
i
ne
(
n
) en
bo
u
me
(
n
). Coornhert schreef nu
b.v. met ééne
e
de woorden
genegen
,
deze
,
redenen
, en met twee:
deelen
,
tweede
,
eenig
. Met één
o: mogen
,
koning
,
Gode
, met twee:
geloovig
,
dooden
,
oogen
.
Maar het verschil in uitspraak tusschen zachte en scherpe
e
's en
o
's was in geen
enkel dialect volkomen zuiver bewaard gebleven. En voor Coornhert, die geboortig
was uit Amsterdam, waar ook vele zachte
e
's en
o
's de uitspraak
e
i
en
o
u
hadden
aangenomen, was het onmogelijk, zijn systeem toe te passen, zonder een betrekkelijk
groot aantal fouten te maken. En zoo spelt hij dan b.v.
veele
,
weeren
, soms ook
spreecken
met twee
e
's,
zoonen
,
verhoolen
,
gebooren
,
wooning
,
van vooren
,
tooren
met twee
o
's.
Coornhert's wijze van doen vond navolging. O.a. bij Vondel. Maar dezen gelukte
het evenmin, de scherpe
e
's en
o
's nauwkeurig van de zachte te onderscheiden.
Ook bij hem heeft verdubbeling plaats, waar die om geen enkele reden te
rechtvaardigen is. Uit eenige weinige bladzijden, door Vondel in zijn bloeitijd
geschreven, teekende ik de volgende gevallen op, waarin een zachte
e
voor een
scherpe is aangezien:
breecken
,
steecken
,
wreecken
,
weeten
,
spreecken
,
gesmeeten
,
gekreeten
,
vergreepen
,
beneepen
,
heenen
,
meeten
,
weegen
,
vermeeten
,
profeeten
,
vergeeten
,
gebleecken
,
weerelt
,
begreepen
,
beecken
. En dubbele
o
's,
die enkele hadden moeten zijn in:
koopen
(het werkw.),
boogen
,
kroonen
,
overgooten
,
beslooten
,
spooren
,
tooren
,
koomen
,
te vooren
,
kooren
,
vlooten
,
doolen
1)
.
Door Pieter Corneliszoon Hooft werd het bewuste onderscheid aanvankelijk ook
in acht genomen, zoo goed en zoo kwaad als het ging. Maar hij had er op den duur
geen vrede bij, voornamelijk niet waar het de
o
gold. In zijn levensbeschrijving van
Hendrik den Grooten schreef hij steeds ééne
o
op het einde eener lettergreep; op
die
o
's welke eenigszins naar
ou
zweemden (en dus veelal overeenkomen met de
scherpe) plaatste hij echter accenten.
Doch ook deze manier voldeed hem niet. En in de
Nederlandsche Historiën
zijn
de accenten verdwenen; maar thans verdubbelt Hooft - behoudens een
enkele
uitzondering - alle heldere klinkers.
Aavond
schrijft hij met twee
a
's;
deeze
met twee
e
's;
zoomer
met twee
o
's;
uuren
met twee
u
's.
1) Vergelijk echter de vorige bladzijde, noot 2.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals