Engel IB144 User Manual Page 203

  • Download
  • Add to my manuals
  • Print
  • Page
    / 440
  • Table of contents
  • BOOKMARKS
  • Rated. / 5. Based on customer reviews
Page view 202
155
zijne zorgen en bekommernissen te kunnen uitstorten in het hart van iemand,
machtiger dan hijzelf. Of die bestaat? Bewezen is niets en kan niets worden; bij den
een spreken de gronden er voor, bij den ander de bewijzen er tegen sterker, ja, bij
denzelfden mensch wegen nu deze, dan gene het zwaarst, al naar andere
levensomstandigheden andere behoeften scheppen. Want uit de behoefte groeit
de wensch, en uit den wensch de overtuiging. Het komt er dus slechts op aan, of
de dichter door de toovermacht zijner kunst die behoefte bij ons weet op te wekken,
zoodat het sluimerende zaad des geloofs begint te kiemen. Gelukt het hem, dan -
om een gewijzigd woord van Lessing te gebruiken - dan mogen wij in 't gemeene
leven gelooven, wat wij willen, met zijn werk in handen moeten wij gelooven, wat
hij wil. En Da Costa heeft die toovermacht. Als hij zijn profetischen mond opent,
vaart eene heilige huivering door geloovigen en ongeloovigen. Dat is de macht der
kunst. Maar van haar niet alleen. Eene andere macht reikt haar de hand, en ik weet
niet, wie van beide de grootste is: zijne kunst of zijne bezieling. Vuur is altijd
aanstekelijk. En nu mag het waar zijn, dat geesten evenmin als dingen de warmte
met gelijke snelheid geleiden, ik kan mij moeilijk iemand voorstellen, wiens
temperatuur bij dien oosterschen gloed niet boven lauwwarm klimt. Bovendien,
overal waar wij groote gevolgen waarnemen, besluiten wij tot groote oorzaken. Wij
zien van uit ons venster de boomen hunne kruinen ootmoedig buigen en wij voelen
ontzag voor den onzichtbaren storm; daar juicht een mensch, wien het liefste op
aarde ontnomen is, ‘De Naam des Heeren zij geloofd’, en eerbied vervult ons voor
den bezielenden adem van een geloof, ook waar wij 't niet kunnen vatten. Ja, meer
nog. Indien er medegevoel met den juichende in onze borst woont, gaat iets van
zijne bezieling op ons over, wij worden geëlectriseerd bij inductie. Zoo komt het, dat
we als deelnemende toeschouwers op de tanden bijten en steunen, als we een
ander een zwaren last zien opbeuren; zoo kwam het, dat we als jongens zelf aan
't gichelen raakten bij 't ginnegappen onzer kameraden; zoo kwam het, dat de jonge
Heine aan den snikkenden snorbaard van een invaliede, die de proclamatie van
zijn voor de Franschen gevluchten keurvorst spelde, kon vragen: ‘Waarom huilen
we?’
1)
En toch voelen we niet het gewicht van den last, zagen we niet, wat een gek
gezicht de clown van de klas had getrokken, wist de Duitsche knaap niets van de
hondentrouw van een oudsoldaat. En zoo ook komt er een gevoel van berusting,
van vertroosting over ons, waar iemand met zulk een onwankelbaar vertrouwen de
woorden naspreekt: ‘Mijn genade is met U en Uw kind is met mij.’
Al moge dan ook menig vrijzinnig kind der eeuw uit ons vers geene kracht en
moed voor 's levens rampen kunnen putten, omdat hij de vastheid betwijfelt van
den grond, waarop dat vertrouwen steunt, de heilige ontroering van het dichterhart
zal voor een oogenblik althans ook het zijne doen trillen, in zijn
1) Reisebilder, Das Buch ‘Le Grand’.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Page view 202
1 2 ... 198 199 200 201 202 203 204 205 206 207 208 ... 439 440

Comments to this Manuals

No comments