180
een historische kleur hebben, als een ingebeeld land schijnt te moeten opgevat
worden
1)
.
Tot hetzelfde gebied behoort het ‘
Engeland
’ dat in Nederlandsche liederen van
vroeger en later tijd voorkomt en door Mannhardt verklaard wordt als het land der
engelen of het zielenland
2)
.
Meer populaire namen voor een ingebeeld land zijn het
Luilekkerland
en de
Verkeerde Wereld
. Voor wij echter deze twee scheppingen van den volkshumor
nader onderzoeken, moet nog met een enkel woord gewag gemaakt worden van
een andere spreekwijze, in Zuid-Nederland wel meer dan in de noordelijke provinciën
bekend.
Loop naar Bommelskont
is een soort van verwensching, waarin weer een naam
voor een fictief land schijnt te schuilen. Het woord
Bommelskont
bestaat, volgens
Harrebomée, nog in een andere spreekwijze: ‘Hij gaat naar
Bommelskont
, zegt men,
drie uren boven de hel, daar de honden met het gat blaffen’, gebezigd in 't geval
dat men zich tot zaken begeeft, die niet te ontwarren zijn. De afleiding van het woord
weet ik niet te verklaren.
Het
Luilekkerland
en de
Verkeerde Wereld
zijn twee geheel verschillende
scheppingen.
De oudste melding die in onze taal van het
Luilekkerland
gemaakt wordt, klimt
op tot de vijftiende eeuw; niet onder dezen naam evenwel, maar onder dien van
Cockaenghen
. Het is moeielijk te bepalen wanneer deze naam is in onbruik geraakt,
doch Kiliaen kent slechts
Luy-leckerland
. De titel der sproke, waarin dat ideale land
vermeld wordt: ‘Dit is van dat edele lant van Cockaenghen’ wijst op een Fransche
bron, welke dan ook schijnt te mogen gezocht worden in het
Fabliau de Coquaigne
,
dat behoort tot de 13
e
eeuw
3)
.
De meest bekende schildering van het
Luilekkerland
is die welke
Hans Sachs
leverde in een prachtigen ‘Schwank’ van het jaar 1530. Bij hem ligt het, volgens een
plaatsbepaling welke wij reeds hooger leerden kennen, ‘drey meil hinter weynachten’.
Het werk dat men volvoeren moet om er te komen, is geheel en al in overeenkomst
met het karakter des lands: men moet een berg van rijstebrij van drie mijlen dooreten.
Niet alleen luiheid, maar ook al de overige ondeugden en gebreken worden met
goed en waardigheden beloond, terwijl al wie zich verstandig en eerbaar toont, in
dat land niet terecht komt. Deze trekken zijn nagenoeg dezelfde als die welke men
aantreft in een Nederlandsch lied uit de 17
e
eeuw, medegedeeld door Kalff
4)
.
Terwijl het
Luilekkerland
zich eenigszins laat opvatten als een parodie van het
Christen Paradijs, is de
Verkeerde Wereld
een mythe, die zich tamelijk
1) G. Kalff,
op. cit.
p. 369.
2) G. Kalff,
o.c.
p. 492.
3) F.J. Poeschel. -
Das Mürchen vom Schlaraffenland
. (Halle, 1878) p. 22.
4)
o.c.
p. 490.
Taal en Letteren. Jaargang 2
Comments to this Manuals